Dwangklachten bij kinderen ontstaan vaak uit hardnekkige, angstige gedachten. Om spanning te verlagen ontstaan rituelen, controleren of vermijden. Hieronder lees je wat dwang is, welke signalen je kunt herkennen en hoe we samen met ouders (en school) begeleiden zodat er weer ruimte komt in het dagelijks leven.
Wat is dwang bij kinderen?
Bij dwang (OCD) spelen obsessies (angstige, opdringende gedachten) en compulsies (rituelen/handelingen) een centrale rol. Kinderen kunnen veel tijd kwijt zijn aan wassen, controleren, tellen of “symmetrie goed zetten” om nare gevoelens te dempen. Dwang groeit vaak langzaam en kan zich verbergen achter schaamte of geheimhouding. Ouders kunnen de neiging hebben mee te gaan in de dwang van hun kind. We onderzoeken altijd de context: draagkracht, stressbronnen en gezin/school, zodat de aanpak past bij leeftijd en situatie.
Signalen en herkenning
Niet elk ritueel is meteen dwang. Als klachten aanhouden en het dagelijks functioneren belemmeren, is het zinvol om verder te kijken:
- Rituelen om “iets slechts” te voorkomen
- Overdreven angst voor besmetting of fouten
- Veel controleren, tellen of ordenen
- Schaamte/geheimhouding, paniek als “het niet klopt”
- Tijdverlies, spanning thuis of op school
Onze aanpak
We behandelen met cognitieve gedragstherapie (CGT), met exposure en responspreventie, in een kindvriendelijk tempo. We bouwen spanning stap‑voor‑stap af, vergroten tolerantie en vervangen rituelen door helpend gedrag. Ouders krijgen concrete handvatten om dwang niet onbedoeld te versterken én vooruitgang te bekrachtigen. Doel: meer grip op gedachten, minder rituelen, meer dagelijkse ruimte.
Samenwerking en thuis
We stemmen af met ouders en, waar nodig, school. Thuis werken we met heldere afspraken, kleine oefenstappen en voorspelbare routines. Op school kunnen we meedenken over prikkelreductie en realistische verwachtingen, zodat het kind op alle plekken dezelfde steun ervaart.
Vergoeding en verwijzing
Tot 18 jaar: vergoede jeugdhulp via SDF Fryslân (gecontracteerde zorg). 18–19 jaar: vaak via de zorgverzekeraar (verlengde jeugdzorg), afhankelijk van indicatie en polis. Voor vergoeding is een verwijzing van de huisarts vereist en (het vermoeden van) een diagnose.







